Privacyvoorkeur

MEDtalks houdt u graag op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op uw interessegebied. Kies hieronder of u op de hoogte gehouden wilt blijven van de nieuwste programma's en nascholingen binnen uw interessegebieden. Klik hier voor meer informatie.


 

Drieluik mammacarcinoom 2018 - Deel 1: HER2-positief mammacarcinoom

08/10/2018

Na het succesvolle drieluik van vorig jaar, presenteert MEDtalks Oncology u ook dit jaar weer een drietal leerzame programma’s over het mammacarcinoom. Deze eerste uitzending is volledig gewijd aan het HER2-positief mammacarcinoom. Samen met een multidisciplinair expertpanel is er aandacht voor de vraagstukken rondom de-escalatie van therapie, op systemisch, chirurgisch en radiotherapeutisch gebied. Bij welke patiënten kunnen we volstaan met minder behandelingen? En zetten we onze steeds beter wordende overleving hiermee op het spel? Met behulp van casuïstiek wordt de discussie toegelicht en brengen we kennis zo dicht mogelijk bij de praktijk. Voor deze nascholing zal accreditatie worden aangevraagd bij de NIV, NVvH, NVRO en V&VN. Het drieluik mammacarcinoom valt onder de samenwerkingsovereenkomst tussen NVMO en Quadia.

 

Binnenkort On-demand: WCLC 2018 Update immuun- en targeted therapie

01/10/2018

Van 23 t/m 26 september was Toronto het toneel van de World Conference on Lung Cancer 2018. Immuun- en targeted therapie zijn al jaren steeds prominenter aanwezig in de behandeling van patiënten met longkanker.  In deze 60 minuten durende live nascholing bespreekt presentatrice Inge Diepman met 3 WCLC-bezoekende longartsen hun zelfgekozen highlights op het gebied immuun- en targeted therapie. En daar zitten practice changing data bij! Gasten: Prof. dr. Joachim Aerts, Erasmus MC Prof. dr. Harry Groen, UMCG Dr. Annemarie Becker-Commissaris, Amsterdam UMC (locatie VUmc) Onderwerpen: ALK+ NSCLC: brigatinib vs. crizotinib in de ALTA-1L Longkankerscreening: NELSON Neo-adjuvante immuuntherapie Consolidatie met durvalumab bij st. 3 NSCLC: PACIFIC IO + chemo bij st. 4 niet-plaveisel NSCLC: IMPower132 IO + chemo bij ES-SCLC: IMPower133  Screening voor IO-resistentie Accreditatie Accreditatie wordt aangevraagd bij de NVALT en V&VN / VSR. Doelgroep Dit programma is primair bedoeld voor longartsen (i.o.) en gespecialiseerde verpleegkundigen (i.o.).

 

Nascholing: Quarterly Focus on Genitourinary Cancer | RCC

12/09/2018

Publicaties in gerenommeerde tijdschriften behoeven vaak nadere toelichting en uitgebreide bestudering om de betekenis en de impact goed te kunnen bepalen. Om u daarbij te ondersteunen biedt MEDtalks u het nieuwe programmaformat, de ‘Quarterly Focus’. Elk kwartaal brengen wij in dit programma auteurs van internationale publicaties op innovatieve wijze in onze studio om toelichting te geven op hun onderzoek. Een panel van deskundige gasten bespreekt en bediscussieert deze publicaties vervolgens samen met de auteurs. In deze tweede aflevering van de Quarterly Focus on Genitourinary Cancer wordt aandacht besteed aan twee belangwekkende publicaties op het gebied van het niercelcarcinoom. Een unieke mogelijkheid dus voor u om diepgaand kennis te nemen van deze onderzoeken. Het panel van deskundige gasten bestaat uit: Prof. dr. John Haanen, internist-oncoloog, NKI-AvL Hans Westgeest, internist-oncoloog, Amphia Ziekenhuis Dr. Astrid van der Veldt, internist-oncoloog, Erasmus MC Programma: Spreker: Dr. Kathleen Mahoney, internist-oncoloog, Beth Israel Deaconess Medical Center, Boston Nivolumab plus Ipilimumab versus Sunitinib in Advanced Renal-Cell Carcinoma N Engl J Med 378, 2018 Clinical activity and molecular correlates of response to atezolizumab alone or in combination with bevacizumab versus sunitinib in renal cell carcinoma Nature Medicine 24, 2018

 

ASCO 2018: Oncologie Journaal: Mammacarcinoom

05/06/2018

Van 1 t/m 5 juni was Chicago weer het toneel voor het grootste oncologie congres van het jaar: de ASCO Annual Meeting. Vanzelfsprekend was MEDtalks ook dit jaar aanwezig en brengen wij voor u verslag uit in de vorm van Oncologie Journaals en interviews. In dit oncologie journaal brengen wij u het allerlaatste nieuws op het gebied van mammacarcinoom. Samen met dr. Agnes Jager en dr. Gabe Sonke bespreken wij onder andere: Inzetten van genexpressie profielen als Oncotype DX en Mammaprint Mogelijk anti-tumor effect van adjuvant denosumab CDK4/6 remmers en inzet hiervan Het nieuwe antibody-drug conjugate sacituzumab govitecan Nieuwe middelen die ingrijpen op het PI3K-AKT-mTOR pathway PARP remming in de neoadjuvante setting 3 vs 6 maanden adjuvante behandeling met trastuzumab

  • 00:39:47
 

Nascholing: AACR 2018 in review

02/05/2018

Chicago was van 14 t/m 18 april het toneel van de AACR Annual Meeting. Er werd reikhalzend naar deze editie uitgekeken, want er stonden potentieel practice changing ontwikkelingen op het programma. Naar aanleiding van het congres brengt MEDtalks Oncology u het geaccrediteerde programma AACR 2018 in review, waarin presentatrice Inge Diepman samen met haar gasten het belangrijkste nieuws op een rij zet en plaatst dit in de context van onze Nederlandse praktijk.  Gasten: Prof. dr. John Haanen, internist-oncoloog NKI-AVL Dr. Jan Willem de Groot, internist-oncoloog Isala Dr. Robin Cornelissen, longarts Erasmus MC Geplande onderwerpen: Blaaskanker Longkanker Hoofd-halskanker Melanoom Handige links: Originele AACR-presentaties terugkijken PURE-01   KEYNOTE-189 IMPower150  Checkmate 227  Checkmate 141  EORTC 1325-MG/Keynote 054  Accreditatie: Verpleegkundig Specialisten Register: toegekend voor 1 accreditatiepunt tot en met 25-4-2018 NVALT: toegekend voor 1 accreditatiepunt tot en met 17-6-2020 Doelgroep:  Dit programma is primair bedoeld voor internist-oncologen, longartsen en gespecialiseerde verpleegkundigen. 

Filter hier op interessegebieden

Interessegebieden

Filter hier op programmatype

Nascholingen 17/10/2018

Binnenkort on-demand: nascholing Diffuus grootcellig B-cellymfoom

Op woensdag 17 oktober kunt u tussen 20:30 en 21:30 live kijken naar het eerste deel van een tweeluik nascholingen over non-Hodgkin lymfomen, beginnend met DLBCL. Tijdens de live-uitzending kunt u zelf vragen stellen via uw scherm. In deze 60 minuten durende nascholing praten dr. Elly Lugtenburg, prof. dr. Marie José Kersten, dr. Martine Chamuleau en Marcel Nijland u zoveel mogelijk bij over ontwikkelingen in de diagnostiek en behandeling van DLBCL (link naar richtlijn 2018). De volgende onderwerpen komen aan bod: MYC- / “dubbel hit” lymfomen Hoog risico DLBCL (gekeken naar IPI-status) Behandeling van recidief DLBCL Status en toekomst van CAR T-celtherapie bij DLBCL Registreer u nu gratis voor deze nascholing!  Tweede nascholing non-Hodgkin lymfomen Wil u ook over andere non-Hodgkin lymfomen worden bijgepraat? In de tweede NHL-nascholing worden het Folliculair Lymfoom en het Mantelcellymfoom behandeld. Doelgroep Dit tweeluik is primair bedoeld voor hematologen en verpleegkundig specialisten.   Accreditatie Voor deze nascholingen wordt accreditatie aangevraagd bij de NIV en VSR. Het accreditatieproces start na de live-uitzending en duurt gemiddeld 6 weken.   Deze nascholing komt inhoudelijk onafhankelijk tot stand en wordt financieel mogelijk gemaakt door Celgene, Gilead, Janssen, Novartis en Roche. 

Congresnieuws 15/10/2018

Multidisciplinair Immuno-Oncologie Symposium 2018

Op dinsdag 18 september 2018 vond het Multidisciplinair Immuno-Oncologie Symposium plaats. De presentaties zijn door MEDtalks geregistreerd en op deze website te vinden. Escape from nonsense mediated decay associates with anti-tumor immunogenicity Samra Turajlic, medical oncologist, The Francis Crick Institute, London, UK Short overview of factors that influence the cancer-immune set point Rudolf Fehrmann, medisch oncoloog, UMCG Immumotherapy in first line treatment of NSCLC? Lorenza Landi, Istituto Toscano Tumori, Italy Behandeling van immuun therapie gerelateerde bijwerkingen met nadruk op de immuun gerelateerde pneumonitis Jeroen Hiltermann, longarts, UMCG Merkel cell carcinoma: what can we do with Immunotherapy? Axel zur Hausen, patholoog, Maastricht UMC+ T-VEC in stadium IIIb/c-IVM1a melanoom Viola Franke, arts-onderzoeker afdeling Chirurgisch Oncologie, NKI-AvL, Amsterdam Melanoma: when to stop immuno therapy? Bart Neyns, medisch oncoloog, UZ Brussel, België Management immune related toxicity Karijn Suijkerbuijk, medisch oncoloog, UMCU How can we make CAR T cell therapy more effective and safer? Maria Themeli, assistant professor, Cancer Center Amsterdam Stop & go prospective trial met immunotherapy Astrid van der Veldt, medisch oncoloog, ErasmusMC In situ cancer vaccines: tumor ablation and immunotherapy Gosse Adema, Dept. Molecular Immunology Radiotherapy & OncoImmunology Laboratory, Radboudumc Non-invasive imaging-based biomarkers? Regina Beets-Tan, radiologist, NKI-AvL, Amsterdam

Congresnieuws 24/10/2018

24 oktober: [21:15 - 22:00] ESMO 2018 in review | longoncologie

MEDtalks Oncology brengt u op woensdag 24 oktober in het geaccrediteerde programma “ESMO 2018 in review longoncologie” een selectie van de belangrijkste onderzoeksresultaten die op het European Society for Medical Oncology symposium (ESMO) van 19 t/m 23 oktober in München, Duitsland, zijn gepresenteerd. Samen met experts op het gebied van longoncologie en een kritisch panel zal presentatrice Inge Diepman het belangrijkste nieuws toelichten, becommentariëren en een vertaalslag maken naar de Nederlandse praktijk. Tijdens de uitzending is het voor kijkers mogelijk om interactief vragen te stellen en te reageren op stellingen die worden voorgelegd.  Onderwerpen Resistentie tegen osimertinib Immuuntherapie stadium IV NSCLC Immuuntherapie stadium III/neo-adjuvant Gasten Prof. dr. Egbert Smit – longarts, NKI-AvL, Amsterdam dr. Idris Bahce – longarts, Amsterdam UMC, Amsterdam dr. Lizza Hendriks – longarts, MUMC+, Maastricht Nico van Walree – longarts, Amphia Ziekenhuis, Breda Doelgroep Deze nascholing is bedoeld voor longoncologen en AIOS. Accreditatie Voor deze nascholing zal accreditatie worden aangevraagd bij de NVALT. Registreer u nu gratis voor deze nascholing.  Wilt u ook de nascholing 'ESMO 2018 in review algemene oncologie' volgen, meldt u zich dan aan op deze pagina.  De nascholing over longoncologie is bedoeld voor longartsen en AIOS.

Congresnieuws 24/10/2018

24 oktober: [20:30 - 21:15] ESMO 2018 in review | algemene oncologie

MEDtalks Oncology brengt u op woensdag 24 oktober in de nascholing “ESMO 2018 in review algemene oncologie” een selectie van de belangrijkste onderzoeksresultaten die op het European Society for Medical Oncology symposium (ESMO) van 19 t/m 23 oktober in München, Duitsland, zijn gepresenteerd. Samen met experts en een kritisch panel zal presentatrice Inge Diepman het belangrijkste nieuws toelichten, becommentariëren en een vertaalslag maken naar de Nederlandse praktijk. Tijdens de uitzending is het voor kijkers mogelijk om interactief vragen te stellen en te reageren op stellingen die worden voorgelegd.  Onderwerpen Het combineren van een immuun checkpointremmer met een TKI bij niercelcarcinoom. Het behandelen van prostaatcarcinoom in de hormoon sensitieve setting. Neoadjuvante therapie bij melanoom. De combinatie targeted- en immuuntherapie bij melanoom. Immuuntherapie bij mammacarcinoom Gasten Dr. Marleen Kok – internist-oncoloog, NKI-AvL, Amsterdam Dr. Martijn Lolkema – internist-oncoloog, Erasmus MC, Rotterdam Dr. Jolien Tol – internist-oncoloog, Jeroen Bosch Ziekenhuis, Den Bosch Hans Westgeest – internist-oncoloog, Amphia Ziekenhuis, Breda Dr. Jan Willem de Groot – internist-oncoloog, Isala, Zwolle Doelgroep Deze nascholing is bedoeld voor internist-oncologen, internisten en AIOS. Accreditatie Voor deze nascholing zal accreditatie worden aangevraagd bij de NIV. Registreer u nu gratis voor deze nascholing.  Wilt u ook de nascholing 'ESMO 2018 in review longoncologie' volgen, meldt u zich dan aan op deze pagina. 

Congresnieuws 20/10/2018

Interviews vanaf de ESMO 2018

Van 19 t/m 23 oktober wordt het European Society for Medical Oncology symposium (ESMO) in München, Duitsland, gehouden. MEDtalks Oncology brengt u een aantal ‘highlight interviews’ waarin oncologie experts toelichting geven over hun top 3 aan belangrijkste nieuwe onderzoeksresultaten en ontwikkelingen die op de ESMO zijn gepresenteerd. Daarnaast worden belangrijke studies toegelicht in ‘in depth interviews’. De interviews zijn daags na het congres te zien.  Er wordt o.a. aandacht besteed aan Mammacarcinoom; Melanoom; Gynaecologische tumoren; GU tumoren; GE tumoren Met medewerking van o.a.: Heinz-Josef Lenz, MD – USC, Norris Comprehensive Cancer Center, Los Angeles, USA Alex Hoyle, MBChB, MRCS – oncologist, The Christie and Salford Royal Hospitals, Manchester, UK Prof. dr. John Haanen – internist-oncoloog, NKI-AvL, Amsterdam Dr. Nelleke Ottevanger – internist-oncoloog, Radboudumc, Nijmegen Prof. dr. Hanneke van Laarhoven – internist-oncoloog, AMC, Amsterdam Prof. dr. Christian Blank – internist-oncoloog, NKI-AvL, Amsterdam Live nascholingen Woensdag 24 oktober kunt u ook twee live nascholingen volgen; ‘ESMO 2018 in review algemene oncologie’ en ‘ESMO 2018 in review longoncologie’. Samen met experts en een kritisch panel zal presentatrice Inge Diepman het belangrijkste nieuws toelichten, becommentariëren en een vertaalslag maken naar de Nederlandse praktijk. Voor de nascholing over algemene oncologie zal accreditatie worden aangevraagd bij de NIV. Voor de nascholing over longoncologie wordt accreditatie aangevraagd bij de NVALT. Meer info op: https://www.medtalks.eu/esmo2018 en https://www.medtalks.eu/esmo2018inreview

Congresnieuws 15/10/2018

Multidisciplinair Immuno-Oncologie Symposium: Maria Themeli

How can we make CAR T cell therapy more effective and safer? Adoptive cellular immunotherapy with chimeric antigen receptor engineered T (CAR-T) cells is currently achieving impressive clinical results in patients with hematologic malignancies. CARs are prototypic synthetic receptors wherein the extracellular input is a cell surface antigen and the intracellular output a composite T cell activating signal providing functional and metabolic cues to determine T cell fate. CAR therapy relies on engineering of T lymphocytes in order to redirect them to kill tumor cells and is the first paradigm of successful clinical use of cellular engineering with synthetic receptors.  When targeting CD19, a cell surface molecule found in most leukemias and lymphomas, CAR T cells have produced remarkable clinical results, validating the synthetic biology approach to cancer immunotherapy and consecutively the potential for application to other hematological malignancies and solid tumors. To attain broader relevance, T cell engineering and CAR therapy in particular must achieve effective tumor targeting and tumor elimination with minimal or tolerable toxicity. While therapeutic efficacy of CAR-T cell therapy has been remarkable, a critical mechanism of disease escape includes lack of uniform expression of the target antigen within the clonal tumor populations or downregulation of antigen expression to evade effector cell mediated killing.  CD19 CAR-T cell therapy often fails owing to CD19-negative relapse and first clinical trials of BCMA-CAR-T cells have already reported relapses of BCMA negative/low clonal variants. In addition, persistence of CAR-T cells has been inconsistent with some studies demonstrating a correlation between early extinguishing of the CAR-T cell population and the development of resistance.  As such, strategies to broaden CAR-T cell mediated targeting of the tumor population and enhance their activation, expansion and durability is critical to develop this potential paradigm changing therapy. The broader applicability of CAR therapy is also impeded by safety concerns regarding the on-target/off-tumor effect of CAR T cells on normal tissues due to the lack of unique tumor-specific surface targets. Although the B-cell aplasia caused by CD19-CAR T cells is an easily manageable clinical situation, this is likely not the case for the majority of potential CAR targets. In addition, the experience of CD19-CAR T cell clinical trials brought into attention the cytokine release syndrome (CRS), mediated by large numbers of tumor-targeted activated T cells, as another safety issue of CAR therapy. Several strategies have already been proposed to regulate CAR T cell function. These include the use of suicide gene strategies, such as the inducible caspase-9 (iCasp9) enzyme, to terminate T cell activity, bispecific small molecules that transiently bridge antigen and CAR T cells, οr dimerizing agents that transiently link the antigen-binding and signaling domains of a CAR. The above studies allow remote temporal control of CAR T cell activity, but they do not address spatial control of antigen engagement and tumor selectivity. To the latter end, affinity tuning or engaging two antigens rather than one provide an interesting paradigm for achieving greater tumor selectivity.

Congresnieuws 15/10/2018

Multidisciplinair Immuno-Oncologie Symposium: Bart Neyns

Melanoma: when to stop immuno therapy? Blockade of the programmed cell death protein 1 (PD-1, CD279) cell surface receptor relicenses anti-tumor T-cell activity in a tumor micro-environment with expression of the programmed death-ligand 1(PD-L1; CD274) on tumor- and/or other tumor infiltrating cells. The PD-1 blocking monoclonal antibodies (mAb) pembrolizumab and nivolumab demonstrated an overall survival (OS) benefit when compared to ipilimumab or dacarbazine as first line therapy in patients with advanced melanoma.1-3Objective responses were observed in 27-40% of advanced melanoma patients and found to be durable in the majority of patients.1,4 One- and 2-year survival rates were in the order of 57% to 70%. Follow-up of patients treated on a phase I clinical trial with nivolumab revealed that anti-tumor responses were ongoing after the cessation of PD-1 therapy; 12 (71%) of 17 patients who stopped therapy for reasons other than PD maintained their responses for at least 16 weeks off-treatment.5 Similarly, in the phase I KEYNOTE-001 trial, the 24-month disease-free survival (DFS) from time of complete tumor response (CR) was 89.9% in the subgroup of 67 patients who stopped pembrolizumab treatment after obtaining a CR (and who proceeded to observation without additional anticancer therapy).6 In the phase III KEYNOTE-006 trial, pembrolizumab was administered for a maximum duration of 24 months in patients with stable disease (SD), partial response (PR) and CR as best response. In the subgroup of 103 patients who stopped treatment after the 24 months interval, 14 patients (15%) developed PD after a median follow up of 20.3 mo (range, 0.03-24.8). Patients were at higher risk for progression during their second year off therapy and a higer proportion of patients who stopped PEMBRO with a best response of PR or SD were at higher risk as compared to patients who had a CR at the time of stopping PEMBRO.7 The estimated risk for progression or appeared to differ by best response to pembrolizumab. A complete metabolic tumor response on FDG-PET/CT at one year following initiation of anti-PD1 may have utility in addition to CT based response assessment in predicting long-term progression-free survival. 8 We previously reported on the outcome of advanced melanoma patients treated with PD-1 therapy outside of an interventional clinical trial.9 This academic real-world cohort study was extended investigating the outcome of 185 advanced melanoma patients who electively discontinued anti-PD-1 therapy with pembrolizumab (n = 167) or nivolumab (n = 18) in the absence of PD or treatment-limiting toxicity at 14 medical centers across Europe and Australia demonstrating that advanced melanoma patients who electively discontinued anti-PD-1 therapy in the absence of TLT or PD had a low risk for early disease progression, seemingly regardless of the duration of treatment (manuscript currently under review).

Congresnieuws 15/10/2018

Multidisciplinair Immuno-Oncologie Symposium: Jeroen Hiltermann

Behandeling van immuun therapie gerelateerde bijwerkingen met nadruk op de immuun gerelateerde pneumonitis Bij de behandeling van patiënten met niet kleincellig long kanker (NSCLC) met immuuntherapie wordt bij de meeste patiënten hooguit milde bijwerking gezien ( 74-85%). Ernstige bijwerkingen, welke een directe interventie vereisen, worden in 10-20% van de patiënten gezien1. Bijwerkingen worden geclassificeerd op ernst met behulp van de zogenaamde common terminologie criteria for adverse events (CTCAE  4.0) met daarbij behorende gradering van 0 tot 5. Afhankelijk van de ernst wordt beleid opgesteld. In het algemeen zal bij een CTC van graad 3 of hoger de behandeling (al of niet tijdelijk) gestaakt worden en de patiënt behandeld worden met hoge dosis steroïden (1-4 mg/kg  methylprednisolon). De CTC criteria betreffen elke ongewenste of onverwachte bevinding (waaronder ook afwijkende  laboratorium waarden vallen), symptoom of ziekte uiting geassocieerd met een medicamenteuze interventie  en zijn gepubliceerd door het U.S. Department of Health and Human Services. Bijwerkingen berusten erop dat de afweer in plaats van de tumor het lichaam zelf aanvalt. In principe kan elk orgaan in het lichaam hierdoor getroffen worden. De meest voorkomende bijwerkingen betreffen de huid, de darmen, de lever, de schildklier en de long. De meeste bijwerkingen worden aan het begin van de behandeling gezien (eerste weken tot 3 maanden), maar kunnen ook later optreden en dat geldt dan in het bijzonder voor de wat meer zeldzame bijwerkingen als hypofysitis en nefritis. Als de huid met meer dan 30% is aangedaan (maculae/papulae) dan is dit al een graad 3 bijwerking. Diarree met een frequentie van 6x of meer, toename in leverenzymstoornissen (ASAT en/of ALAT) van 5-20 x de normaalwaarde en infiltratieve veranderingen van de long met een nieuwe of toenemende hypoxemie zijn dat ook. Volgens de literatuur valt de schildklier in 5% van de patiënten uit, in tegenstelling tot andere immuun gemedieerde bijwerkingen behoeft dit geen nadere behandeling met immunosuppressiva, maar suppletie met thyrax. Voor alle immuun gerelateerde bijwerkingen geldt dat ze heel mild beginnen, soms vanzelf overgaan, maar ook kunnen toenemen in de tijd. Een subtiele klacht als verkoudheid met wat meer sputum kan al duiden op een pneumonitis. Patiënten dienen dan ook laagdrempelig toegang te hebben tot het ziekenhuis. Bij dit soort subtiele klachten begint het met een thoraxfoto. De afwijkingen kunnen daarop zeer subtiel aanwezig zijn, met wat matglas over één of meerdere longvelden. Als er aan een pneumonitis gedacht wordt op grond van de kliniek en X-thorax dan dient er en HRCT gemaakt te worden om de afwijkingen te kunnen monitoren. De kliniek erbij bepaald dan de CTC gradering. CTC graad 1 betreft alleen radiologische veranderingen van matglas of het beeld van en niet specifieke interstitiële pneumonie (NSIP). Beleid is dan beeld te monitoren op klachten elke 3 dagen. Bij milde tot matige klachten (dyspneu, hoest) met afwijkende HRCT (CTC graad 2) dient de behandeling (tijdelijk) te worden gestaakt. Overweeg daarbij een eventuele infectie, en dan te starten met amoxicilline. Als klachten niet binnen 48 uur verbeteren dan dient gestart te worden met methylprednisolon (1mg/kg/dag). Bij ernstigere klachten  (CTC graad 3) dient patiënt te worden opgenomen en behandeld met 2-4mg/kg/dag methylprednisolon intraveneus. Bij het starten van methylprednisolon wordt ook gestart met 480mng cotrimoxazol als PJP profylaxe. Pas als de klachten en symptomen verbeterd zijn tot de baseline waarden kan de prednison worden afgebouwd met een afbouwschema in 6 weken. Goed werkbare schema’s en een naslagwerk over hoe om te gaan met immuun gerelateerde bijwerkingen is de bijgevoegde referentie van de ESMO richtlijn aangaande bijwerkingen bij immuuntherapie.

Congresnieuws 15/10/2018

Multidisciplinair Immuno-Oncologie Symposium: Viola Franke

T-VEC in stadium IIIb/c-IVM1a melanoom De keuze voor de meest geschikte therapie bij melanoompatiënten (stadium IIIb/c-IVM1a) is groot. Als relatief nieuwe speler in dit veld is sinds december 2016 ook T-VEC een optie. T-VEC (Talimogene Laherparepvec) is een gemodificeerd herpesvirus, welke kan worden toegepast bij volwassen patiënten met irresectabele, injecteerbare ziekte zonder orgaanmetastasen. Het middel genereert lokale tumorlyse en een locoregionale anti-tumor immuunrespons. Het middel wordt intralesionaal geïnjecteerd, elke 2 weken. Het is een middel met zeer milde toxiciteiten. Het wordt als monotherapie in Nederland vergoed en wordt inmiddels ook in combinatiestudies gebruikt. In het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis wordt de behandeling sinds januari 2017 uitgevoerd door een specialistisch team van 1 oncologisch chirurg, 1 promovenda en 2 verpleegkundig specialistes. Er zijn tot nu toe al bijna 60 mensen behandeld met zeer goed resultaat.

Congresnieuws 15/10/2018

Multidisciplinair Immuno-Oncologie Symposium: Lorenza_Landi

Immumotherapy in first line treatment of NSCLC? During the last decade, improvements in cancer biology and immune system knowledge led to a significant prolongation in overall survival for patients with metastatic non-small cell lung cancer (NSCLC). It is well established that immune system plays a critical role in destroying cancer cells. Tumor cells, however, use different strategies to avoid recognition by the immune system, including “immune checkpoint” activation. Programmed death-1 (PD-1) immune checkpoint pathways have been the one most extensively studied. Several agents interfering with the PD-1 axes have been evaluated in clinical trials. Since these drugs directly target the patient’s immune system, they have the potential for utility across multiple tumor types, including lung cancer. The PD-1 receptor is expressed on activated T-cells, and the key ligands for this receptor are programmed death-ligands 1 (PD-L1) and 2 (PD-L2). PD-L1 is up-regulated in many tumors and high levels of expression (³50%) have been observed in approximately 30% of NSCLC. This overexpression helps tumor to evade immune responses. Binding of PD-L1 or PD-L2 to PD-1 receptors inhibits T-cell activation reducing antitumor immune responses. Therefore, PD-1 represents a logical target for cancer immunotherapy. At the present time, in first-line setting, immunotherapy as single agent or in combination with chemotherapy is the standard of care in PD-L1 expressing patients, target therapy is recommended in oncogene addicted and the proportion of patients still candidate for exclusive chemotherapy is gradually decreasing. Agents targeting PD-1 or PD-L1, such as pembrolizumab, nivolumab or atezolizumab, are now approved in clinical practice in first or in second-line setting. Results from several randomized clinical trials comparing immunotherapy as single agent or in combination with chemotherapy versus chemotherapy alone are rising the question on what is the best first-line treatment and whether platinum-based chemotherapy could be avoided in our patients. Three phase III studies compared immunotherapy as single agent versus platinum-based chemotherapy. The Keynote 024 study compared pembrolizumab monotherapy versus platinum-based doublets in NSCLC patients with high PD-L1 expression. The study demonstrated that pembrolizumab is superior to chemotherapy by doubling median overall survival (OS: 30.0 versus 14.2 months, p=0.002). Similar results were obtained in the Keynote 042 trial, a phase III study comparing pembrolizumab versus  chemotherapy in patients with at least 1% of PD-L1 expression. This study, including a large percentage of patients with PD-L1 expression ≥ 50%, confirmed the superiority of pembrolizumab versus chemotherapy in terms of OS (20.0 versus 12.2 months, p=0.003). In contrast, the Checkmate 026 study, comparing nivolumab versus chemotherapy in patients with at least 1% of PD-L1 expression, showed no OS difference in both arms even in the subgroup of patients with PD-L1 expression ≥ 50%. Importantly, both Keynote 042 and Checkmate 026 showed no survival improvement in patients with low levels of PD-L1 expression (1-49%). Four different phase III trials, two in non-squamous (Keynote 189 and IMPOWER 150) and two in squamous histology (Keynote 407 and IMPOWER 131), compared standard chemotherapy plus a checkpoint inhibitor versus chemotherapy alone. The Keynote 189, evaluating pembrolizumab plus chemotherapy versus chemotherapy alone, showed a significant improvement in OS when pembrolizumab was added to chemotherapy in all patient subgroups, irrespective of PD-L1 expression. Interestingly, the OS Hazard Ratio (HR) was better than the HR obtained in studies with pembrolizumab monotherapy, suggesting that combination of immunotherapy and chemotherapy could be superior to chemotherapy alone even in patients with high levels of PD-L1 expression, with the cost of increased toxicity. The IMPOWER 150, a large 3 arms study (atezolizumab plus carboplatin-paclitaxel: Arm A; or atezolizumab  carboplatin-paclitaxel-bevacizumab: Arm B; or carboplatin-paclitaxel-bevacizumab: Arm C), demonstrated a significant survival improvement for arm B versus C but not in arm A versus arm C, at least in at the initial survival analysis. The Keynote 407 compared pembrolizumab plus carboplatin-taxol (paclitaxel or nab-paclitaxel) versus the same chemotherapy regimens in patients with squamous histology. Similarly to Keynote 189, addition of pembrolizumab to chemotherapy yielded in a OS improvement in patients receiving immunotherapy, irrespective of PD-L1 expression. The IMPOWER 131 was a 3 arms study comparing atezolizumab plus carboplatin-paclitaxel (Arm A) or atezolizumab plus carboplatin-nab-paclitaxel (Arm B) versus carboplatin-nab-paclitaxel as initial therapy in patients with squamous histology. Although arm B was superior to arm C in terms of progression-free-survival (PFS), the first interim analysis showed that OS improvement was confined to individuals with PD-L1 expression ≥ 50%. Finally, of particular interest are the  preliminary data from the PD-L1 negative cohort included in the Checkmate 227 study. In this trial, PD-L1 negative patients were randomized to nivolumab plus ipilimumab versus platinum-based chemotherapy versus platinum-based chemotherapy plus nivolumab. In patients with high Tumor Mutational Burden (high-TMB), defined as patients with ≥ 10 mutations/Mb, PFS at 12 months was almost 5 times higher with nivolumab-ipilimumab and 3 times higher with chemotherapy plus nivolumab than in individuals treated with chemotherapy alone. In patients with low TMB no difference in PFS was observed in the three arms. Overall these data support TMB and a relevant biomarker for refining selection of patients candidate to immunotherapy. Overall, all available data demonstrated that immunotherapy is the new standard of care as initial therapy in patients with NSCLC irrespective of histology. Current evidence support usage of immunotherapy single agent only in PD-L1 ≥ 50%. For patients with low or no PD-L1 expression immunotherapy plus chemotherapy is superior to chemotherapy alone. Combination of PD-L1 expression and TMB could better define in which patients chemotherapy can be avoided and in which patients immunotherapy is not effective.

Congresnieuws 15/10/2018

Multidisciplinair Immuno-Oncologie Symposium: Samra Turajlic

Escape from nonsense mediated decay associates with anti-tumor immunogenicity Frameshift insertion/deletions (fs-indels) are an infrequent but potentially highly immunogenic mutation subtype. Although fs-indel transcripts are susceptible to degradation through the non-sense mediated decay (NMD) pathway, we hypothesise that some fs-indels escape degradation and lead to an increased abundance of tumor specific neoantigens, that are highly distinct from self. We analysed matched DNA and RNA sequencing data from TCGA, and four separate melanoma cohorts treated with immunotherapy. Using allele-specific expression analysis we show that expressed fs-indels were enriched in genomic positions predicted to escape NMD, and associated with higher protein expression, consistent with degradation escape (“NMD-escape”). Given the strongly immunogenic potential, and relatively rare nature of NMD-escape fs-indels, these alterations may be attractive candidates in immunotherapy biomarker optimisation and neoantigen ACT or vaccine strategies.

Nascholingen 08/10/2018

Drieluik mammacarcinoom 2018 - Deel 1: HER2-positief mammacarcinoom

Na het succesvolle drieluik van vorig jaar, presenteert MEDtalks Oncology u ook dit jaar weer een drietal leerzame programma’s over het mammacarcinoom. Deze eerste uitzending is volledig gewijd aan het HER2-positief mammacarcinoom. Samen met een multidisciplinair expertpanel is er aandacht voor de vraagstukken rondom de-escalatie van therapie, op systemisch, chirurgisch en radiotherapeutisch gebied. Bij welke patiënten kunnen we volstaan met minder behandelingen? En zetten we onze steeds beter wordende overleving hiermee op het spel? Met behulp van casuïstiek wordt de discussie toegelicht en brengen we kennis zo dicht mogelijk bij de praktijk. Voor deze nascholing zal accreditatie worden aangevraagd bij de NIV, NVvH, NVRO en V&VN. Het drieluik mammacarcinoom valt onder de samenwerkingsovereenkomst tussen NVMO en Quadia.