Een belangrijk deel van het probleem zit in de onderdiagnose. Spasticiteit ontstaat geleidelijk en wordt soms niet direct herkend als zodanig. Patiënten kunnen verminderd communicatief zijn, of hun klachten worden niet altijd in verband gebracht met spasticiteit. Hierdoor ontstaat een risico op onderbehandeling, met ernstige gevolgen: contracturen, pijn, verminderde mobiliteit, en een toename van zorgzwaarte.
De specialist ouderengeneeskunde speelt een cruciale rol in de vroege herkenning en indicatiestelling. Wanneer is afwachten verantwoord, en wanneer is een verwijzing naar de revalidatiearts noodzakelijk? Hoe maak je als arts het onderscheid tussen normale spierrestricties en beginnende spasticiteit? En wat zijn veelvoorkomende uitlokkende factoren, zoals infecties, onvoldoende mobilisatie of een suboptimale houding?
In dit gesprek staan we stil bij de signalen waarop je alert moet zijn, de impact van onderbehandeling en het belang van duidelijke doorverwijsafspraken met de revalidatiezorg. Ook bespreken we de rol van multidisciplinaire samenwerking en scholing in het verhogen van het kennisniveau onder zorgverleners.
Experts
- Dr. Eline Nelissen-Stoffels, revalidatiearts
- Dr. Marianne Vos, specialist ouderengeneeskunde
Bekijk ook aflevering 2: Aan het bed herkend – de rol van de fysiotherapeut en verpleegkundig specialist
Doelgroep en accreditatie
Het programma is gericht op specialisten ouderengeneeskunde, revalidatieartsen, fysiotherapeuten, verpleegkundigen, physician assistants en overige geregistreerde zorgprofessionals voor wie spasticiteit na een beroerte een subspecialisme of interessegebied is.
Accreditatie wordt verleend door: ABC1, KNGF, NAPA, VRA en het VSR